Voorafgaand aan de ingreep wordt nauwkeurig op de huid aangeduid waar de tepel en het tepelhof na de operatie zullen komen, evenals de hoeveelheid borst- en huidweefsel die verwijderd zal worden. De ingreep vindt plaats onder algemene verdoving.
Er bestaan verschillende technieken voor borstverkleining. In onze praktijk gebruiken we meestal de methode ontwikkeld door de Canadese chirurge Elisabeth Hall-Findley. Bij deze techniek blijft de tepel en het tepelhof verbonden met het onderliggende borstweefsel, wat zorgt voor een optimale doorbloeding. Bovendien blijven de melkgangen intact, zodat borstvoeding in de toekomst mogelijk blijft—een belangrijk voordeel voor jongere patiënten. Bij grotere borsten is het tepelhof vaak verwijd; dit wordt tijdens de ingreep meestal verkleind tot een diameter van ongeveer 4,5 cm.
Na het verwijderen van overtollig borstweefsel wordt met het resterende weefsel een nieuwe borstvorm gecreëerd. De huid wordt vervolgens in meerdere lagen zorgvuldig gesloten. Afhankelijk van de omvang van de verkleining zullen de littekens zich bevinden rond het nieuwe tepelhof en verticaal naar de borstplooi. Bij grotere reducties komt daar nog een kort litteken bij in de borstplooi zelf. De uiteindelijke littekenkwaliteit hangt sterk af van de precisie van de chirurgische sluiting. Hoewel niemand littekens wenst, kunnen we geruststellen dat ze na een rijpingsperiode van ongeveer één jaar vanop één meter afstand nauwelijks zichtbaar zijn.
De ingreep duurt gemiddeld twee uur. Na afloop verblijft u enkele uren in de ontwaakkamer voor observatie van de vitale parameters en het toedienen van de nodige pijnstilling. In sommige gevallen worden op het einde van de operatie drains geplaatst om overtollig wondvocht af te voeren. Deze worden verwijderd vóór u het E:MC² verlaat.